|
“Eet je op vakantie wel eens de locale gerechten en zo ja, is dat dan één keer, een paar keer of elke dag?” Deze vraag verraste me niet en lag in de lijn van de vragen die de afgelopen vijf minuten op me afgevuurd werden. Ik begreep absoluut niet wat het enquêtebureau met deze vragen en antwoorden wou bereiken, maar toch bleef ik aandachtig luisteren en uitgebreid nadenken over het antwoord. Ook op deze vraag kon ik niet onmiddellijk responderen. Ik had uiteraard ongelogen “ja, een paar keer” kunnen zeggen, maar door mijn literaire geest lag het niet in mijn aard om korte, droge antwoorden te formuleren. Om wat tijd te rekken vroeg ik het lieve stemmetje de vraag nog eens te herhalen en zonder aarzelen werd mijn wens geduldig ingewilligd. De keuzemogelijkheden waren gelukkig ongewijzigd. Ik liet de vraag nog eens door mijn hoofd wandelen waarna het antwoord plots duidelijk werd. De woorden begonnen stilaan op hun plaats te vallen en zinnen werden gevormd. Ik diende nog enkel na te denken over punten en komma’s en de juiste intonatie. Over dt-fouten, auou’s of korte dan wel lange eitjes moest ik me gelukkig geen zorgen maken en een verkeerd geplaatst koppelteken zou door een paar handige truckjes zelfs niet eens opvallen. Ik maakte me meer zorgen over één bepaald woord uit mijn zopas gecomponeerde prozaïsche reactie. Ik zou het woord ‘zelfverzekerd’ gebruiken en dan nog in de vergrotende trap. Het zou dan als ‘zelfverzekerder’ moeten klinken, maar nu het ingemetseld was in mijn haast poëtische zin, bracht het mijn zelfverzekerdheid aan het wankelen. “Mijnheer?”, klonk het aan de andere kant van de lijn. “Hmmm ja, wacht nog heel even, ik denk nog even na.” Ik herinnerde me plots een gesprek met een beeldschone vrouw uit een niet zo ver verleden. Het haardvuur, de half opgebrande kaarsen en het zilveren bestek werden, door mijn met gevoel voor esthetiek overladen geestesoog, tevoorschijn getoverd. De zachte muzakklanken ‘vooisden’ door mijn hoofd terwijl haar fluwelen stem mijn zinnen streelde. In de loop van het ter plaatsen ontsproten diepzinnig filosofisch gesprek gebruikte ik destijds ook het woord ‘zelfverzekerd’ en werd meteen terechtgewezen met een “je bedoelt zelfzeker”. De schaamte deed me meteen wensen dat ik een tafelpoot was, of misschien een iets kunstzinniger voorwerp. Ik had luttele minuten voordien nog lopen pretenderen dat ik het Nederlands meester was en dan word je afgerekend op een quasi simpel woord. Was het nu nog ‘paleoantropologisch’ geweest of zelfs ‘rez-de-chaussee’, dan had ik ongestraft verzachtende omstandigheden kunnen inroepen. Ik werd op vertrouwd terrein met eigen wapens verslagen waardoor de pas ontkiemde liefde verschrompelde om uiteindelijk een stille dood te sterven. Ik nam zelfs de moeite niet om taalkundige excuses in het woordenboek op te zoeken. Ze was nu al een tijd volledig verbannen uit mijn gedachten tot ze bij een dom onderzoek naar het vakantiegedrag van de modale mens opnieuw ongevraagd boven water kwam. Ze zou me, bij aanwezigheid, met veel plezier ‘modaalheid’ toedichten wat ik haar absoluut niet wou gunnen. De herinnering aan die gebeurtenis met desastreuze gevolgen maakte me voorzichtig. De prachtvrouw, die zonder twijfel achter deze warme stem schuilging, zou me bij een misstap op het einde van ons gesprek geen afspraakje bij “chez omhetevenwie” gunnen. Het angstzweet brak me uit bij de gedachte dat ik, door één enkel verkeerd gekozen woord, de vrouw van mijn leven zou mislopen. “Eu... mijnheer, je mag ook ‘geen mening’ antwoorden hoor”, probeerde mijn aanstaande vriendin voorzichtig. Ze leek me te sparen, wat alvast een goed teken was. Met deze uitspraak bracht ze me echter nog meer in problemen. Ik had nooit eerder ‘geen mening’ gehad en beschouwde deze extra optie dan ook als onbruikbaar. Ooit vertelde ene Ronald Giphart in een van zijn boeken het verhaal van een meisje, dat een lelijke jongen een onbeduidende vraag stelde. De nitwit in kwestie had ‘geen mening’ waarop het meisje toegaf dat hij daardoor seks met haar misliep. Sindsdien heb ik over alles en nog wat een mening. Ondertussen begon ik me te ergeren aan de overdreven pietluttigheid van mijn beminde. Ik kreeg pessimistische toekomstgedachten. Wat als ze over woorden als ‘samenhorig’ of het woordje ‘wou’ viel? Ik zou me constant ongemakkelijk voelen. Ik zou me telkens opwinden over dingen die ver van de essentiële discussiepunten lagen. Uiteindelijk zouden we ruziën over onduidelijke taalkwesties, wat een gezond liefdesleven niet ten goede zou komen. “Mijnheer, ben je er nog?”, vroeg ze nu met een nerveuze ondertoon. Ze doorkliefde mijn gedachtegang, net op het ogenblik dat ik diep adem haalde om mijn antwoord kenbaar te maken waardoor ik slechts met grote moeite een barse opmerking kon onderdrukken. De mij zo vertrouwde pijn bij elke stukgelopen relatie kwam in alle hevigheid opzetten en overspoelde me met een hartverscheurend verdriet. “Lieve mevrouw”, begon ik aarzelend en met trillende stem, “laat er ons hier een punt achter zetten en als vrienden uit elkaar gaan. Het weinige dat we opbouwden nemen we in gedachten mee en zullen we voor altijd koesteren. Het is beter zo, geloof me.” Het was nu haar beurt om stil te zijn en over mijn onheilsbericht na te denken. Ik besefte dat ik haar pijn deed en verbrak de verbinding nog voor ze in snikken zou uitbarsten. Nooit eerder was ik zo opgelucht door mijn beslissing. Nooit eerder was ik zelfzekerder.
26-08-2008, 12:14:47 DirkM
Reacties (7)
|